clear

zoeken

search

Middelburgers Façade 2017: Sandra vos

12 februari 2018

Sandra Vos (49) is een vrolijke verschijning in Middelburg centrum. De een kent haar van vroeger, toen ze nog in de horeca werkte, de ander van het ziekenhuis, waar ze werkt als diabetesverpleegkundige. Ze is ook al jaren de vrouw naast Jacques Graaff, een bekend gezicht in het Middelburgse. Sandra lacht bijna altijd. Dat roept de vraag op of ze werkelijk altijd zo blij is.

Pottenmarkt
Sandra Vos is niet het type vrouw dat zich graag laat interviewen of fotograferen, maar tijdens een gezellig gesprek met fotograaf Ton Stanowicki laat ze zich overhalen. Ik mag haar bellen. Dat vind ik leuk, want hoewel ik Sandra al ken sinds eind jaren 80 weet ik niet zo gek veel van haar. Als ik haar tref op een terras op de Pottenmarkt gaan we allebei meteen onderuit zitten. Naast haar zitten heeft iets vertrouwds. Sandra stelt mensen snel op hun gemak. Als ik uitleg dat het de bedoeling is dat we samen de hoogte- en dieptepunten van haar leven doornemen knikt ze begrijpend en steekt ze van wal. “Ik ben geboren en opgegroeid in Buttinge en denk met veel plezier terug aan mijn jeugd. Ik trok altijd naar Middelburg, ging daar ook naar school, maar ik voel me ook verbonden met het platteland. Op de boerderij had ik alle vrijheid maar ik leerde er ook aanpakken. In een boerenbedrijf helpt het hele gezin nu eenmaal mee. Als puber maakte ik van alles mee, maar een wilde meid was ik niet.

Kibboets
Vanaf 1986 werd het wat spannender allemaal, ik begon dingen te ondernemen. In de vakanties en weekenden werkte ik in café Seventy-Seven in Middelburg. Twee jaar later werd ik helemaal zelfstandig. In dat jaar besloot ik spontaan een half jaar op een kibboets in Israel te gaan wonen en werken. Dat vertelde ik mijn ouders pas toen ik al had geboekt. Dat was best een avontuur. Je leeft daar weliswaar onder begeleiding maar ik wist vooraf natuurlijk niet zo goed wat me te wachten stond. Na dat half jaar kreeg ik verkering met Sjakie (Jacques, red.) en trok ik bij hem in. Hij woonde in een appartement boven café Bar American op Plein 1940. Een mooie tijd! Tegelijkertijd begon ik met de opleiding tot verpleegkundige. Die vond ik bij mijn zorgzame karakter passen maar nog belangrijker: met dat diploma zou ik overal ter wereld aan de slag kunnen. Het reizen naar verre oorden had mijn hart toen al gestolen.

Verhuizen
Van een permanent vertrek kwam het echter nooit. Jacques begon in 1994 met zijn vriend Pim het nachtcafé Rooie Oortjes, ik kreeg een vaste baan. Verhuizen naar het buitenland is er nooit van gekomen, maar door handig te schuiven met mijn roosters en uren konden we wel ieder najaar zes weken op vakantie. We reisden veel door Azië in die tijd, en door Australië. Toen de jongens het café verkochten in 2000 kwam er weer meer ruimte. Met Pim reisden we eerst vier maanden door Europa op de motor, wij gingen kort na onze terugkeer weer meteen weg voor een jaar. Terug naar Azië en Nieuw-Zeeland, met alleen onze rugzakken als gezelschap. Dat was een indrukwekkende trip. Vooral de drie maanden die we door China trokken staan me nog goed bij.

Motortrip
In 2001 keerden we terug en richtten we ons weer op een ‘normaal’ leven in Nederland, met allebei weer een vaste baan. Maar we hadden nog één grote droom op het gebied van reizen: een motortrip van Azië naar huis. Tegelijkertijd wilde ik ook graag moeder worden. In 2005 besefte ik dat het nu of nooit was. Na een bevalling zou het er misschien nooit meer van komen. Mijn werkgever wilde me echter graag behouden en gunde me onbetaald verlof. Nog datzelfde jaar vertrokken we naar Nepal waar we twee nieuwe motorfietsen kochten voor een zacht prijsje, twee Enfield Bullets om precies te zijn, waarna we naar huis reden door Nepal en vervolgens India, Pakistan, Iran, Turkije, Griekenland, Italië, Frankrijk en België. Het was de reis van ons leven, waarin ik ook veel leerde over de culturen ter plekke. Nu zou ik niet meer zomaar door Pakistan durven reizen. Vrouwen op motoren zijn daar niet normaal. In Iran ook niet. Daar reed ik gesluierd rond, maar kreeg er ook veel steunbetuigingen van vrouwen. Dat was heel speciaal. De enige teleurstelling was dat in Frankrijk mijn motor stuk ging. Toen zijn we met z’n tweetjes op die van Jacques naar huis gereden. Bij Goes stapte hij af en liet hij mij rijden. Hij wist dat ik heel graag zelf de Zusterstraat in wilde rijden na die mooie reis. Geweldig toch?

Te vroeg
In 2007 werd onze lieve dochter Chee geboren, zes weken te vroeg. Sindsdien is alles wel anders, ja. Maar we reizen nog steeds hoor. In 2010 werd ik ziek maar hoewel dat heftig was herstelde ik er gelukkig goed van. In oktober 2011 konden we wéér een half jaar op reis, deze keer met ons busje én Chee door Zuid-Amerika. Ook een geweldige ervaring!”

Ik onderbreek Sandra en hoor mezelf zeggen dat ik het spijtig vind dat er geen ruimte is om al haar avonturen volledig uit te schrijven. Wát een verhalen, in die anderhalf uur! Ze heeft zó veel ervaringen opgedaan, terwijl ze al die jaren ook een vaste waarde in de stad bleef, zo iemand die je bijna dagelijks ziet. Maar toch weet ik nog steeds niet of ze nu echt altijd zo blij is. Vertel eens, San? “Natuurlijk is er soms ook pijn en verdriet, maar als ik terugdenk aan al die mooie reizen en avonturen, aan de mooie momenten met vrienden en mijn gezin én aan het mooie werk dat ik doe: dan kan ik alleen maar zeggen dat ik erg gelukkig ben, ja.”

Sandra is wérkelijk altijd zo blij. Om jaloers op te worden.

Foto: Ton Stanowicki. Meer van zijn werk is te bewonderen op http://www.stanowicki.com/.

Deze bijdrage verscheen ook in De Bode en op Wij zijn De Stad.

Reageer