clear

zoeken

search

Gelezen: De uitvinding van de Leeszaal

06 juni 2015

      

Eind vorig jaar schreef ik voor het tijdschrift Boekman een artikel over bibliotheken en community building. In dat artikel wilde ik aanvankelijk Middelburg Dronk c.s. als leidraad gebruiken, maar daar zag ik bij nader inzien toch vanaf. Wij zijn tenslotte geen bibliotheek. We hopen alleen wel dat er bibliotheken zijn die inzien dat je zonder geld, maar mét tijd en goede wil, al ver kunt komen als het gaat om content, contextualisering en community building.

Ondanks het feit dat Leeszaal Rotterdam West ook geen bibliotheek is (of zich in ieder geval niet als zodanig profileert) verwees ik daar wel naar in het artikel. Ik schreef, voortbordurend op een passage over m’n onderzoek naar innovatie in openbare bibliotheken, het volgende:

“Dat uit het rapport ook een verontrustend beeld naar voren komt over de invloed van de bezuinigingen op de innovatie in het openbaar bibliotheekwerk, hoeft niet te betekenen dat bibliotheken moeten vrezen te weinig (financiële) middelen om de relatie met de lokale gemeenschap op te bouwen. Dat kan namelijk ook heel goed met beperkte budgetten en de juiste inzet van vrijwilligers.

Dat bewijst onder meer Leeszaal Rotterdam West, een bibliotheek die in januari 2013 opende als reactie op het sluiten van 18 van de 24 wijkbibliotheken in Rotterdam. Volgens het beleidsplan 2014-2015 van die bibliotheek draait de organisatie volledig op 85 vrijwilligers met zeer diverse achtergronden, die 13 nationaliteiten vertegenwoordigen. Er is hulp van een bibliothecaris, maar ook van mensen met een geheel andere achtergrond:  van een tomatenplukker tot een architect, van een cineast tot een cateraar. Ieder heeft zijn eigen expertise en kan zijn persoonlijke steentje bijdragen aan het project. Dankzij al die vrijwilligers kan de bibliotheek 44 uur per week open zijn en talloze activiteiten organiseren. De bibliotheek krijgt veel aandacht in de media en wordt regelmatig bezocht door medewerkers en directies van openbare bibliotheken elders in Nederland (Leeszaal Rotterdam West 2013). Waarom dat zo is? Leeszaal Rotterdam West wordt door velen beschouwd als hèt voorbeeld van burgerparticipatie. Bibliotheken die hun subsidies alsmaar kleiner zien worden willen uiteraard graag leren hoe je de banden met de gemeenschap versterkt als je budget beperkt is.

Maar misschien is het wel zo dat geld daar niet de belangrijkste factor in is. Integendeel zelfs: in een interview met Versbeton.nl vertelt een van de initiatiefnemers, Maurice Specht, dat het vooral een kwestie van gewoon beginnen is, in plaats van tijd investeren in beleidsplannen, kaders en afspraken. Het is een uitgangspunt waar veel bestaande organisaties nog moeite mee zullen hebben, maar dat de overweging zonder meer waard is.

Het sluit aan bij het verhaal van Karin Horst over haar online presence. Dingen gewoon doen en zichtbaar zijn. Daar begint het mee. Je bereikt de gemeenschap niet door er plannen over te schrijven achter een bureau. Je moet er op uit, je oor te luisteren leggen en samen met de mensen initiatieven ontplooien. Dat begint buiten het gebouw, buiten die huiskamer van de stad. Daar bevindt een groot deel van de gemeenschap zich nu eenmaal, daar zijn nog werelden te winnen.”

Dat ik de Leeszaal als voorbeeld gebruikte was natuurlijk niet voor niets. Ik vind het prachtig en lovenswaardig wat daar gebeurt. DIY! Onafhankelijk! Dwars door de muren heen! Niks nie in de greep van foute managementdenkers nie! Het initiatief als leidraad, in plaats van het subsidie-infuus!

Ondertussen hebben de initiatiefnemers van de Leeszaal een boek gepubliceerd over het experiment: ‘De uitvinding van de Leeszaal’. Mensen die het bibliotheeknieuws volgen zagen ongetwijfeld al een aantal recensies voorbij komen.

Wat mij vooral opviel in het boek is dat de leeszaal toch veel meer bibliotheek lijkt te zijn dan de betrokkenen misschien zouden willen. Als ik het vergelijk met 13 jaar werk in Zeeuwse bibliotheken herken ik zo ontzettend veel. Van het type activiteiten en de manier waarop daarmee wordt omgegaan, tot de worsteling met pubertjes die alleen of vooral komen om de aanwezige computers te gebruiken voor gezamenlijk gamen. Van het collectiebeleid tot de noodzaak afspraken te maken rondom zaken die je eigenlijk geheel regelvrij wilde laten.

Ik herken zelfs veel in de Leeszaal vanuit het perspectief van Ik geef weg-Walcheren, met z’n 18.000 leden en 7 vrijwilligers. Ook daarom las ik het boek met buitengewoon veel belangstelling. Het bevestigt enerzijds dat het gewoon niet zo moeilijk is, om iets moois op te zetten met weinig middelen, maar anderzijds ook dat een experiment snel uit de hand loopt en continu om bijsturing vraagt.

Ik kan dit boek aanbevelen bij iedereen die belangstelling heeft voor zelforganisatie(s), burgerparticipatie of eigentijds bibliotheekwerk. Het is erg leerzaam om te lezen wat er zoal kan gebeuren als je het initiatief neemt, zonder al te veel te plannen of te vergaderen. En hoe waardevol het kan zijn om het roer uit handen te geven. Hiërarchisch denken en handelen horen gewoon niet bij projecten als deze.

De uitvinding van de Leeszaal leest behoorlijk soepel weg, maar verwacht geen verslag in de stijl van een roman. Het boek is behalve het verslag van een experiment ook de weerslag van een onderzoek. Hier en daar neemt de theorie de overhand en wemelt het van de verwijzingen naar de vakliteratuur. Maar dat is eerder verhelderend dan storend. De theorie wordt bovendien continu aangevuld met kaders vol korte verhalen uit de praktijk. Die lezen soms wél weg als een roman.

Na het lezen van het boek heb ik een beetje liggen dagdromen. Zou ik zelf een project als Leeszaal West ook graag uitvoeren? Zonder meer! Zou ik het dan anders doen? Nauwelijks, vermoed ik. Ik zou alleen wel andere nadrukken leggen. In de leeszaal herken ik veel thema’s die ik weliswaar belangrijk vind, maar niet zo heel spannend (maar dat zeg ik ook als iemand die de leeszaal nooit bezocht). Ik zou wat meer gaan voor punkie en rafels, voor hip en nostalgie. Een loungecentrum rondom Wij zijn de stad en Middelburg Dronk, met misschien ook koffie maar liever nog wat drank en andere gekkigheid. Waarom? Omdat je dan misschien toch bij een heel ander publiek uitkomt. Precies dat publiek dat al jaren niet meer naar de bibliotheek gaat, zelfs niet online.

@

2 Reacties

  1. Peter de Kock schreef:

    Haha, dit boek lezen en dan dagdromen over een loungecentrum met gekkigheid, dan weet je: je gaat het doen. Cool 🙂

  2. Unknown schreef:

    Je weet het maar nooit 🙂

Reageer op Peter de Kock